Ieder zijn stad!

Activiteit 8: Waarom is de geschiedenis van de verstedelijking zo belangrijk om het Brussel van vandaag te begrijpen?

Om de stad te kunnen begrijpen, moeten we de verscheidenheid kunnen vatten van de wijken waaruit ze bestaat. Hierbij is het belangrijk om met een geo-historische én een sociologische blik te kijken naar de leefomstandigheden van de huidige inwoners. De differentiëring van de wijken van het Brussels Gewest getuigt van ruimtelijke structuren die zich in de loop der tijden hebben ontwikkeld en in een recenter verleden werden gemoduleerd door nieuwe verschijnselen en stedenbouwkundige ingrepen.

In de tweede helft van de XIX-e eeuw noopt de snelle industriële ontwikkeling tot het bouwen van talrijke woningen om onderdak te geven aan duizenden arbeiders in een al dicht bevolkte stad. We zijn vanaf dan getuige van een sterke verdichting van de ruimte, vooral gekenmerkt door de bouw van een groot aantal doodlopende straatjes met arbeiderswoningen in het hart van de vijfhoek. In die minuscule straatjes, quasi verstoken van daglicht, leven de arbeiders opeengehoopt in bedroevende hygiënische omstandigheden, die het voorwerp worden van hevige kritiek. Die zeer arme volkswijken in het centrum van de stad rijmen moeilijk met het imago van grote moderne stad dat Brussel zich wou aanmeten.

Om je een idee te geven van de stedelijke dichtheid in de Vijfhoek, bekijk aandachtig onderstaande kaart. Ze toont je de veelheid van doodlopende straatjes, blokken en arbeiderswijken die samen bestonden in het hart van de Vijfhoek in het midden van de jaren 1860. De transformaties van het stadscentrum en de sterke druk van de vastgoedmarkt dragen bij tot een stijging van de waarde van de percelen en verjagen geleidelijk aan de bewoners om er nieuwe gebouwen neer te zetten. Dat verklaart waarom deze doodlopende straatjes vandaag bijna volledig verdwenen zijn uit het stadslandschap.


De doodlopende straatjes, blokken en arbeiderswijken in de vijfhoek rond 1870. © Christian Dessouroux.

De impact van de vastgoedprijzen op de woningkeuzes

De manier waarop de stad is gegroeid en vanuit het oorspronkelijke centrum een steeds breder gebied innam, verklaart ook de verdeling van de gebouwen volgens hun datum van bouw en hun kenmerken. De evolutie van de grondprijzen draagt bij tot het reproduceren en veranderen van de verdeling van mensen en activiteiten in de stad. Zoals je op onderstaande grafiek zult zien, liggen de prijzen in het centrum veel hoger. Dit degradeert de minder gebruikte gronden in de rand. Daar vestigen zich vooral diegenen die niet voldoende financiële marge hebben om mee te dingen naar de centrale gronden en ruimten.

Als de prijzen van de percelen duidelijk lager zijn in 1985-1986, dan heeft dat te maken met een gelijktijdige sterke stijging van de koopkracht, een eerste daling van de hypothecaire rentevoeten en de inertie van een zwakke markt in het begin van de jaren 1980.

Financiële inspanning nodig om bouwpercelen te verwerven in Brussel en omgeving


Bron : Olivier Dubois et Jean-Marie Halleux, "Marchés immobiliers résidentiels et étalement urbain contraint", Belgeo , 3 | 2003. Online beschikbaar.

De grondprijzen zorgen er dus voor dat er erg intensief gebruik wordt gemaakt van het centrum. Er wonen meer mensen en er zijn meer banen, maar groene ruimten zijn er schaarser. Als gevolg van de grondprijzen worden de woongebouwen in het centrum opgedeeld in talrijke kleine woningen. Demografisch gezien wonen er vooral alleenstaanden of kleine gezinnen (jongvolwassenen zonder kinderen, ouderen).

Onderstaande kaart toont je dat in het Westen van de Vijfhoek de bevolkingsdichtheid in het algemeen boven de 14.000 inwoners per km² ligt, terwijl in het Oosten zelden de 8.000 inwoners per km² overschreden wordt. Daar ligt immers het Park van Brussel en zien we een hoge concentratie van gebouwen met een economische eerder dan een residentiële functie.

Je zult ook het verschil merken tussen de hoge bevolkingsdichtheid in de eerste kroon en de tweede kroon waar de mensen al minder geconcentreerd wonen, in het bijzonder in het Zuiden en Oosten van het Gewest.

Bron: Wijkmonitoring & IBSA

De ligging van plaatsen van macht en beslissing

In de centrale ruimte, die al heel lang bijzonder goed toegankelijk is, ontplooit zich de politieke en economische bevelvoering. Die wordt de afgelopen 50 jaar tastbaar door de bouw van talrijke kantoorgebouwen zoals je op onderstaande kaart ziet. Daarop kun je ook vaststellen dat in het hart van de binnenstad de verdrijving van woningfuncties door tertiaire functies veel vroeger gebeurde in de bovenstad en in het Oosten (Leopoldwijk), waar de dienstensector zich heel vroeg de leegstaande prestigewoningen toe-eigende die verlaten waren door de betere klassen.

Ook uitzonderlijke handelszaken en culturele infrastructuren met een grote uitstraling kozen voor die centrale ruimte (zie hiervoor Deel 4 en 6).

De vroegtijdige urbanisatie van het centrum heeft daar uiteindelijk een specifiek patrimonium doen ontstaan waarvan een deel vandaag gebruikt wordt voor toerisme.


Bron: Overzicht van het Kantorenpark (Ministerie van Ruimtelijke Ordening en van Stedenbouw van het Brussels Hoofstedelijk Gewest) overgenomen in DESSOUROUX, Christian, “Vijftig jaar kantoorproductie in Brussel - Een geografische analyse", in Brussels Studies [online], Algemene Collectie, n° 35, 26 februari 2010.

De verdeling van inkomens en sociale klassen

De verdeling van de bevolkingsdichtheid, als gevolg van de stadsgroei, is vooral geënt op de concentrische structuur van Brussel. Ze wordt echter ook gekenmerkt door een sociale tegenstelling tussen het minderbevolkte Oosten en het Westen, waar de bevolkingsdichtheid hoger blijft, ook in de tweede kroon.

De geografie van de inkomens die je al eerder zag, laat je overigens ook beter de tegenstelling vatten tussen lage inkomens langs de oude industriële as en het westen van het stadscentrum en hogere inkomens in het zuidoostelijke kwadrant. Deze tegenstelling neemt qua intensiteit echter af in de richting van de rand, waar de gegoede wijken een meer doorlopende externe kroon vormen.

Huisvesting bepaalt de levenskwaliteit

Woningen staan uiteraard centraal in de ruimtelijke differentiëring aangezien ze de levenskwaliteit bepalen, hetzij rechtstreeks (op individuele schaal) hetzij indirect (op schaal van de wijk).

Als we de inwoners vragen om hun leefomgeving te beoordelen, blijkt duidelijk dat er grote verschillen bestaan in de stad. De kaart hieronder toont de kloof tussen de rijkere wijken in de rand waar meer ruimte is, vooral in het zuidoosten, en de oude centrale wijken waar vooral de armste inwoners wonen. Deze geografie vertoont heel wat gelijkenissen met de sociaaleconomische structurering van de stad. Dat komt ook door de manier waarop de woningmarkt functioneert: het vermogen om zijn woonplaats, en dus ook zijn leefomgeving, te kiezen, hangt sterk af van iemands financiële slagkracht. Op het vlak van openbare ruimte bijvoorbeeld heerst in de eerste kroon, vooral in het westen daarvan, een schrijnend gebrek aan groene ruimtes. Nochtans wonen daar de meeste kinderen, zijn privétuinen er zeldzaam, wonen er de meeste mensen per woning en scoort de leefomgeving er in een tevredenheidsenquête bijzonder slecht.

Een suggestie, commentaar of opmerking over deze activiteit? Klik hier!

Modifié le: mardi 10 novembre 2020, 17:24