Activiteit 5: Welk bestuur voor Brussel?
Brussel: administratieve stad en spionnennest?
Activiteit 5: Welk bestuur voor Brussel?
In België bestaat er gewoonweg niet zoiets als “de” overheid (en dus regering) in het enkelvoud. Deze conclusie is des te frappanter als we naar Brussel kijken. Meerdere overheidsinstanties zijn er actief. Ze liggen vaak naast elkaar, soms zelfs in concurrentie met elkaar. En ze hebben ook onvermijdelijk (wel eens) met elkaar te maken. . Er bestaat immers nog maar een handvol kwesties waarvoor de federale regering exclusieve bevoegdheid heeft (zoals Defensie bijvoorbeeld). Veel bevoegdheden worden vandaag “gedeeld” door verschillende overheden (herinner je wat je in Deel 1 gezien hebt). Deze bevoegdheden bestuurlijk aanpakken vergt contacten tussen verschillende overheidsniveaus (verticaal), of op een eenzelfde overheidsniveau (horizontaal) of beide.
Lijken de vele Belgische instellingen je ingewikkeld ? Troost je : je bent niet de enige die er zo over denkt. Kijk naar deze kleine videoclip die goed toont hoe moeilijk het is om het Belgisch institutioneel systeem aan buitenlanders uit te leggen (zelfs als zitten er wat foutjes in).
Belgium for dummies (by Jerome de Gerlache)
Waarom is het systeem zo complex?
Zoals je pas gezien hebt in de video, zijn de Belgische instellingen (en des te meer die van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) vaak moeilijk uit te leggen. Je vraagt je misschien af hoe we tot zo’n graad van complexiteit gekomen zijn. Zoals vaak moet je even naar het verleden kijken om de situatie vandaag te begrijpen.
Heel kort gezegd vloeit ze voort uit twee tegengestelde visies op de Staat. . Vlaamse beleidsverantwoordelijken waren in het algemeen pleitbezorgers van de Belgische dualiteit. Dat betekent dat voor hen Vlaanderen en Wallonië de belangrijkste spelers moeten zijn, en dat Brussel een ondergeschikte positie krijgt toebedeeld. Franstalige beleidsverantwoordelijken daarentegen waren voorstander van een Belgische drie-eenheid, waarin Vlaanderen, Wallonië en Brussel een gelijkwaardige plaats zouden krijgen.
Zoals vaak in België werd een ingewikkeld politiek compromis gevonden (in de volksmond “een Belgisch compromis”), dat beide vereisten combineert. De keuze voor de dualiteit wordt vertaald in het bestaan van Gemeenschappen die bevoegd zijn voor cultuur, onderwijs en persoonsgebonden materies. Dat betekent dat voor die materies de Vlaamse en Franse Gemeenschap beide bevoegd zijn en er bijvoorbeeld geen gemeenschappelijk Brussels onderwijs is (we spreken dus over "gedeeld bestuur"). Voor materies die te maken hebben met de grond, werden dan weer Gewesten opgericht. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is zo bevoegd voor bijvoorbeeld de ruimtelijke ordening, huisvesting of mobiliteit. Zo werd gehoor gegeven aan de verzuchtingen van de Franstalige politieke wereld, door op deze materies "autonomie" te geven aan de Brusselse politieke besluitvormers. Daarnaast werden praktijken voor overleg en bescherming van de Nederlandstalige minderheid (vergelijkbaar met de beschermingsmechanismen van de Franstalige minderheid op nationaal niveau) ingebouwd in dit complexe bestuurssysteem.
Anderzijds heeft men, om de gemeenschapsmateries in Brussel te beheren, zogenaamde gemeenschapscommissies, moeten oprichten, die in het begin een soort “plaatselijke vertegenwoordigers” waren van de Franse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschap in Brussel :
- De Franse Gemeenschapscommissie (COCOF – Commission Communautaire Française)
- De Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC)
- Daarnaast werd ook een Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) gelanceerd die een aantal bicommunautaire kwesties behandelt die dus beide gemeenschappen vatten, zoals armoede of openbare ziekenhuizen en meer recent kinderbijslag.
Bovendien spelen, zoals je gezien hebt in Deel 1, in Brussel de 19 gemeenten ook een belangrijke rol. Zoals overal in het land beheren de lokale besturen een aantal flexibele taken die ze met een zekere (gemeentelijke) autonomie kunnen uitoefenen. De lokale Brusselse overheden leveren ook heel wat diensten, zoals scholen, huisvesting, stadsvernieuwing, theaters, netheid, sociaal beleid enz. Daartoe stellen ze meer dan 52.000 mensen tewerk of ongeveer één vijfde van alle ambtenaren (alle overheden samengenomen) die in Brussel werken.
Een suggestie, commentaar of opmerking over deze activiteit? Klik hier!


