Activité 9 : Conclusie
Brussel, filekampioen?
Activiteit 9: Conclusie
Wat moet je van dit deel vooral onthouden?
Zoals je gezien hebt, heeft Brussel altijd voordeel gehaald uit zijn ligging in het hart van de Europese megalopool (de befaamde “blauwe banaan”) en dicht bij de grote industriële bekkens. Dat heeft ervoor gezorgd dat Brussel in de negentiende eeuw de belangrijkste industriestad van België werd wat betreft het aantal werknemers in die sector.
Vanaf de jaren 1970 wordt Brussel echter gekenmerkt door een proces van deïndustrialisering. De werkgelegenheid in deze sector verhuist naar meer perifere gebieden waargrotere productieruimten kunnen gebouwd worden. Bovendien leidt de herverdeling van arbeid op wereldschaal tot de verplaatsing van industriesites naar het buitenland, voornamelijk naar het gebied rond de Middellandse Zee, Azië en Oost-Europa. Als reactie daarop begint de Brusselse industrie de aard van haar activiteiten te veranderen. Ze concentreert zich op sectoren met een hoge toegevoegde waarde (zoals de farmaceutische sector), om concurrentieel te blijven en tegelijkertijd het aantal werknemers te verminderen.
Je heb evenwel gezien dat Brussel na deze moeilijke periode, economisch heropleeft vanaf het einde van de 20e eeuw. Die nieuwe vitaliteit is gebaseerd op de ontwikkeling van de tertiaire sector en de toenemende interconnectie van wereldwijde netwerken. Momenteel is 90% van de in Brussel geproduceerde toegevoegde waarde afkomstig uit de diensten- en handelssector.
Vanuit internationaal oogpunt is Brussel economisch gezien nogal atypisch. Vanwege zijn kleine omvang zijn er, in vergelijking met andere grote hoofdsteden, weinig hoofdkantoren van bedrijven gevestigd. Deze vaststelling moet echter gerelativeerd worden als we kijken naar Brussel op metropolitane schaal. Een aantal zetels van grote bedrijven en onderzoeks- en ontwikkelcentra van wereldklasse zijn gevestigd in de perifere gebieden.
Het is ook dankzij een groeiend aantal nationale en internationale instellingen, dat Brussel vandaag een stad van mondiaal belang is. Ze is ook de stad met het grootste aantal ambassades ter wereld.
Je heb echter gezien dat de economische ontwikkeling die samenhangt met deze specifieke context, vanaf de jaren 1980 gepaard ging met een aanzienlijke stijging van de werkloosheid en van sociale ongelijkheid. Daar zijn vele redenen voor: de vermindering van het aantal laaggeschoolde jobs (waardoor een aanzienlijk aantal Brusselaars van de arbeidsmarkt werd uitgesloten), de toenemende onzekerheid van deze banen, maar ook de zeer hoge ruimtelijke concentratie van mensen die het moeilijk hebben in de meest achtergestelde wijken van de hoofdstad.
Vervolgens ontdekte je hoe de herverdeling van de rijkdom die in Brussel gecreëerd wordt ten goede komt aan de andere Gewesten van het land en een invloed heeft op de mobiliteit in en rond het Gewest. Brussel trekt elke dag een groot aantal werknemers aan die er niet wonen. Bijna 345.000 pendelaars uit de andere twee regio's pendelen dagelijks naar de hoofdstad van het land, wat de beroemde files veroorzaakt die je tijdens de spitsuren ziet. Concreet gezien woont 31% van de Brusselse werknemers in het Vlaamse Gewest en 17,6% in het Waalse Gewest.
Het beheer van de mobiliteit in en naar Brussel is dus een belangrijke politieke, sociale, economische en milieukwestie geworden. De implementatie van alternatieven voor de auto werd bemoeilijkt door de gedeeltelijke ontmanteling van het spoorwegnet, maar ook door de institutionele versnippering van het land en de coördinatiemoeilijkheden tussen de verschillende betrokken beleidsniveaus. Zo biedt de Belgische Staat nog steeds fiscale voordelen aan bedrijven die "bedrijfswagens" ter beschikking stellen van hun werknemers, waardoor ze een rem zijn op de ontwikkeling van alternatieven voor een meer duurzame mobiliteit.
In Brussel is dit probleem verre van anekdotisch. In 2016 waren er in België naar schatting 650.000 bedrijfswagens en 27% van de autopendelaars in en naar Brussel waren chauffeurs met een dergelijk voertuig. Zoals u hebt gezien, zou een daling van hun aantal leiden tot een zeer sterke vermindering van de verkeersopstoppingen in Brussel.
Tot slot heb je ontdekt hoe het GoodMove-plan dat in 2019 door het Brussels Gewest werd gelanceerd, tot doel heeft de verkeerscongestie te verminderen door mobiliteit te stimuleren die minder afhankelijk is van de privé-auto.
Een suggestie, commentaar of opmerking over deze activiteit? Klik hier!


