Brussel, filekampioen?

Activiteit 2: Brussel in het hart van de Europese megalopool

De Europese megalopool. Cartografie van Koninklijke Belgische Vereniging voor Geografie

Brussel ligt in het noordwestelijke deel van het Europese continent dat dichtbevolkt is en geniet van een hoge welvaartstandaard. Deze bevoorrechte ruimte strekt zich uit van het midden van Engeland tot het Noorden van Italië en krijgt vaak de bijnaam “de Blauwe Banaan”. Al sinds de Middeleeuwen is ze het centrum van de West-Europese economische ontwikkeling.
 
Vanaf de tweede helft van de XVIIIe eeuw is het in of rond dit uitgestrekte gebied dat de grote industriebekkens zich concentreren, dankbaar gebruik makend van de ijzer- en steenkoolafzettingen. Brussel, gelegen in het hart van West-Europa, is vanaf de jaren 1830 verbonden met de Waalse industriebekkens via het spoor en het kanaal van Charleroi en geniet ten volle van deze industrialisering: in de XIXe eeuw wordt ze de grootste industriestad van België.


Industriële tewerkstelling in België in 1896 per sector
Bron: MÉRENNE-SCHOUMAKER, Bernadette, VANDERMOTTEN, Christian, VAN HECKE, Etienne, DECROLY, Jean-Michel, MARISSAL, Pierre et VANNESTE, Dominique, 2014. Atlas de Belgique - Tome 5 : activités économiques. Gent : Academia Press. 

De industriële neergang van de hoofdstad begint in de jaren 1970. Eerst krijgt Brussel concurrentie van de zones in de Rand die meer ruimte hebben om bedrijven te vestigen. Vervolgens is er een herverdeling van arbeid op wereldschaal (ten voordele van Azië, het Middellandse Zeegebied en Oost-Europa). Dat wordt zichtbaar op de grafiek van de industriële tewerkstelling, waar je kunt vaststellen dat de curve van Brussel sneller naar beneden gaat dan die van Vlaanderen.

Zoals de grafiek van de tewerkstelling in de industrie je duidelijk toont, buigt de Brusselse tewerkstellingscurve af vanaf het begin van de jaren 1970. Met een twintigtal jaren vertraging volgt ze zo de neergang van de industriële tewerkstelling in Wallonië. In Vlaanderen wordt die neergang wat vertraagd door de late industrialisering van de Kempen.


De industriële tewerkstelling in België (1946-2013)
Bronnen: VANDERMOTTEN, Christian, VAN HAMME, Gilles, MARISSAL, Pierre, La production des espaces économiques. La formation des territoires. Bruxelles, Université Libre de Bruxelles, 2010, tome II, p. 50 (volgens tellingen van de industrie (tot 1961), RSZ en RSVZ vanaf 1974.)

De neergang van de industriële tewerkstelling betekent niet het verdwijnen van de industrie. De industriële productie blijft belangrijk maar concentreert zich op activiteiten met een hoge toegevoegde waarde. De hoge productiviteit gekoppeld aan elke job maakt dat je competitief kunt blijven met minder werknemers. Dat streven naar competitiviteit brengt ook een ruimtelijke reorganisatie van de industrie met zich mee, met een voorkeur voor uitgestrekte sites op het gelijkvloers (zonder verdieping) met een goede verbinding met de verkeersaders. De kaart hieronder illustreert goed deze overgang van industriële sites in het centrum met een hoge concentratie werknemers, naar sites in de Rand, groter maar minder “dicht”. Met andere woorden, de industrie neemt met minder werknemers meer plaats, en situeert zich voornamelijk in de rand.


Evolutie van de industriële activiteiten in Brussel en de Rand tussen 1955 en 1997. De fabriekslogo’s illustreren de toegenomen spreiding van de sector en de verveelvoudiging van de sites in de rand.
Bron: VAN DEN STEEN, Isabelle, Cartographie, évolution et modélisation de l'utilisation du sol en milieu urbain. Le cas de Bruxelles. Proefschrift ingediend ter verkrijging van de academische graad van Doctor in de wetenschappen, Université libre de Bruxelles, 2005

Vanaf de jaren 1990 kent Brussel een heropleving van de economie, steunend op de tertiaire sector en op een groeiende interconnectiviteit van wereldwijde netwerken.


Kaart van de tewerkstelling in België per activiteitensector (2017).
Bron: VANDERMOTTEN, Christian, 2020. La Belgique. Presses universitaires de France. Que sais-je, 4156.

In 2017 wordt de rijkdom die in Brussel gecreëerd wordt, hoofdzakelijk geproduceerd door de dienstensector. De bedrijven in die sector genereren meer dan drie vierden van de toegevoegde waarde in Brussel. Als je daar de handel bij rekent, stijgt dat aandeel naar 90%.

Door het gewicht van de publieke sector, met inbegrip van de internationale instellingen, lijkt Brussel een stad van wereldbelang. Het is echter een atypische wereldstad, klein in vergelijking met bijvoorbeeld Parijs, Londen of Singapore. Zijn plaats in de wereldeconomie is vergelijkbaar met Washington: zeer sterk op politiek vlak, maar eerder bescheiden als beslissingscentrum van de wereldeconomie. Brussel komt niet voor in de lijst van 10 belangrijkste Europese steden, wat ook op het vlak van Research & Development een vrij bescheiden positie betekent. Die activiteiten zijn immers strategisch gelegen in de buurt van de maatschappelijke zetels van de bedrijven. Het landschap ziet er enigszins anders uit als we Brussel als metropool bekijken in plaats van als regio (zie deel 1 over de verschillende definities van “Brussel”). In dat geval kunnen we rekening houden met de zetel van enkele grote ondernemingen (zoals de Europese hoofdzetel van Toyota in Zaventem), met het belang van onderzoek & ontwikkeling in de farmaceutische sector in Waals-Brabant (GlaxoSmithKline – GSK) of de chimische sector in Vlaams-Brabant (Henkel in Drogenbos, Procter & Gamble in Grimbergen). En we noteren ook een sterke aanwezigheid in Brussel van diensten die de interface verzekeren tussen de economische en de politieke macht, met alles wat daarbij komt kijken op het vlak van lobbyisten, ambassades, enz.

Het centrum voor onderzoek en ontwikkeling van GlaxoSmithKline (GSK) in Wavre
© Yannick SAS aka SAy-GSK

Dankzij die kenmerken van de Brusselse economie kent het Gewest een bevredigende en gestage groei. De keerzijde van de medaille is echter dat er vrij weinig banen worden gecreëerd voor laaggeschoolde werknemers. Dat is meteen ook één van de oorzaken van de moeilijkheden van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: het creëert rijkdom, maar die gaat vooral naar de andere gewesten waar de hoger geschoolde werknemers wonen. Zoals je kunt zien op onderstaande kaart (die je al analyseerde in deel 1), irrigeren die werknemers het tewerkstellingsbekken dat veel verder strekt dan de administratieve gewestgrenzen. De kaart onderlijnt dus het belang van de dagelijkse stroom van werknemers naar het centrum van Brussel. Ze dragen zo onvrijwillig bij tot de files.


Het tewerkstellingsbekken van Brussel
Source : ERMANS, Thomas, BRANDELEER, Céline, D’ANDRIMONT, Caroline, HUBERT, Michel, LEBRUN, Kevin, MARISSAL, Pierre, VANDERMOTTEN, Christian et WAYENS, Benjamin, 2019. Beschikbaar op dit webadres: Analyse des déplacements domicile-travail et domicile-école en lien avec la Région de Bruxelles-Capitale [en ligne]. Bruxelles : Bruxelles Mobilité - Service public régional de Bruxelles. Cahiers de l’Observatoire de la mobilité, 6.

Paradoxaal geniet het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van een welvarende economie die ongeveer 20% van het nationale bbp genereert terwijl het zelf kampt met een hoge werkloosheidsgraad en een bevolking waarvan het inkomen gevoelig lager ligt dan het Belgische gemiddelde. Het Gewest beschikt slechts over 8,5% van de nationale fiscale inkomens omdat die voornamelijk geïnd worden volgens de woonplaats en, zoals je net zag, een belangrijk deel van zij die in Brussel werken, pendelaars zijn die buiten het Gewest wonen.

De volgende kaart illustreert mooi dat verschijnsel. Ze stelt de fiscale inkomsten in België in 2017 voor. Als je aandachtig kijkt, zie je de lichtere vlek gevormd door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: het gemiddelde inkomensniveau is er inderdaad een stuk lager dan in zijn onmiddellijke randgebied.


Kaart van de fiscale inkomsten in België (gemiddeld inkomen bij aangifte).
Bron: Digitale Atlas van België volgens Statbel, 2017.

Een suggestie, commentaar of opmerking over deze activiteit? Klik hier!

Modifié le: vendredi 26 mars 2021, 11:00