Activiteit 8: Van Canal tot Kanaal
Brussel, een permanente bouwwerf?
Activiteit 8: Van Canal tot Kanaal
Zoals je gezien hebt in de 2de activiteit van dit Deel, heeft de ligging van Brussel op een kruispunt van water- en landwegen, de stad snel in staat gesteld om commerciële activiteiten te ontwikkelen. Een eerste overslagplaats voor goederen tussen de weg en de Zenne werd ingericht niet ver van het huidige Sint-Katelijneplein. De economische ontwikkeling van de stad, achtereenvolgens gedomineerd door lakens, tapijten, kant, en vervolgens de intensivering van de handel noopt het stadsbestuur tot het graven van een kanaal met een onderscheiden tracé van de Zenne. Dat wordt het kanaal van Willebroek, klaar in 1561, dat Brussel met Antwerpen verbindt.
De industriële revolutie brengt de ontwikkeling mee van nieuwe industrieën in de hoofdstad, zoals aardewerk, drukwerk en carrosserie. De handel neemt toe en de bevoorrading van de stad met primaire grondstoffen zoals steenkool wordt een economische prioriteit. In die context beginnen in 1827 de graafwerken voor een kanaal dat Brussel met de mijnstreek van Charleroi verbindt. Dat kanaal wordt in 1832 ingehuldigd. Het kanaal van Willebroek van zijn kant, wordt uitgediept tot 3,2 meter om schepen met een grotere tonnenmaat te ontvangen. De aanwezigheid van de twee kanalen, die elkaar kruisten ter hoogte van het Ijzerplein, zal de industriële ontwikkeling van Brussel faciliteren. Zoals je gezien hebt in Deel 4 wordt Brussel zelfs de eerste industriestad van het land.
Het kanaal van Charleroi rond 1910. © Collectie Guides Badeaux
Op het einde van de XIXe eeuw noopt de economische groei van Brussel tot een herinrichting van het transport over water en tot de bouw van een echte zeehaven. Die bestaat uit drie grote dokken – Gobert, Béco en Vergote - en wordt ingehuldigd in 1922. Om de directe verbinding met het kanaal van Charleroi te vergemakkelijken, wordt de bedding van het kanaal van Willebroek 60 meter naar het westen verplaatst. De twee kanalen komen sindsdien samen onder de brug die de Saincteletteplaats en –square verbindt. Brussel verzekert zo dankzij die transformaties de directe verbinding tussen de monding van de Schelde en de Henegouwse regio. Het is in die context dat het Tour en Taxis complex gebouwd wordt, een combinatie van een goederenstation met een directe verbinding met een kanaal en met een douanezone.
De bouw van het Bécodok en het graven van een kanaal met het oog op de uitbouw van de zeehaven van Brussel. © Collectie gidsen Badeaux
Een groeiend aantal industrieën kiezen ervoor zich te vestigen aan het kanaal, in het bijzonder in Molenbeek dat de bijnaam “klein Belgisch Manchester” krijgt.
In de tweede helft van de XXe eeuw echter zorgt het proces van desindustrialisering in de Kanaalzone voor de sluiting van vele industriële installaties, en daarmee ook voor een groei van de werkloosheid, het vertrek van een deel van de inwoners en voor het verval van talrijke verlaten gebouwen.
Die evolutie zal een aantal culturele actoren ertoe brengen in dit gebied te investeren. Ze vinden er uitzonderlijke sites aan bescheiden prijzen én de steun van voluntaristische Vlaamse overheden als factor van Nederlandstalige culturele initiatieven. Na verloop van tijd hebben renovaties en tijdelijke bezettingen gezorgd voor een vermenigvuldiging en institutionalisering van culturele plekken. Musea, theaters, concertzalen, nachtclubs… hebben er zo toe bijgedragen dat de omgeving van het Kanaal een belangrijke Brusselse culturele plek werd, soms zelfs wat “underground”.
In de volgende video kun je je een idee vormen van de sfeer van enkele iconische cultuurplekken in de omgeving van het Kanaal.
Die beweging zal versterkt worden door het groeiend succes van het discours dat cultuur voorstelt als een factor van stedelijke ontwikkeling en internationale aantrekkelijkheid. In dat debat verwijst men vaak naar Bilbao als referentie, waar de bouw van het Guggenheim-museum gezorgd heeft voor een heropleving van de Baskische stad, die sinds de desindustrialisering ondergedompeld was in een economische crisis.
Het Guggenheim Museum in Bilbao ingehuldigd in 1997. © MykReeve, CC BY-SA 3.0
Sinds het begin van de jaren 2000 heeft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met de steun van de Federale overheid en van de Gemeenschappen verschillende programma’s gelanceerd om de wijken dicht bij het Kanaal te laten heropleven. Die hebben de kans geboden om onder meer nieuwe opleidingsprogramma’s te ontwikkelen, initiatieven te nemen in de lokale economie, maar ook om huisvesting te realiseren als antwoord op de groei van de werkloosheid en van de bevolking. Verschillende stedenbouwkundige projecten in de buurt van het kanaal werden zo gerealiseerd zoals bijvoorbeeld de bouw van woontorens met een gemiddelde tot hogere standing.
Gelijklopend daarmee hebben overheden de ontwikkeling ondersteund van verschillende nieuwe culturele infrastructuren met een lokaal, regionaal en internationaal belang. Dat beleid steunt op de overtuiging dat een bloeiende culturele en creatieve economie een positief effect heeft op de levenskwaliteit, de inclusie en de sociale samenhang.
Dat is het perspectief waarmee de Maatschappij voor Stedelijke Inrichting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in 2015 de vroegere Citroëngarage aan het Ijzerplein verwerft, met de bedoeling er een culturele pool van internationaal niveau te ontwikkelen. Het Centrum voor Hedendaagse Kunst Kanal Pompidou opende in mei 2018, als aankondiging van de heropening van het museum in zijn definitieve vorm, gepland voor eind 2022/begin 2023.
Ontdek op onderstaande kaart enkele projecten ontwikkeld in de omgeving van het kanaal.
Een suggestie, commentaar of opmerking over deze activiteit? Klik hier!


