Brussel, een permanente bouwwerf?

Activiteit 3:  De grote werven van de moderniteit in de XIXe en XXe eeuw

Met haar smalle, bochtige straatjes en dichte bebouwing heeft Brussel lang haar karakter van middeleeuwse stad behouden. Maar vanaf de 19de eeuw leiden stedelijke concentratie, het ontstaan van nieuwe diensten, maar ook de drang van de lokale en nationale elite naar een dynamische, prestigieuze en moderne hoofdstad, naar grondige veranderingen in het stedelijke landschap. Deze wens om de stad te “verfraaien” zodat ze beter zou voldoen aan de toenmalige normen, lag aan de basis van een hele reeks grote werven waardoor de fysionomie van de hoofdstad behoorlijk op zijn kop werd gezet. Deze gigantische werken werden vaak uitgevoerd zonder reëel overleg met de bewoners, met belangrijke volksverhuizingen en de vernietiging van een deel van het Brussels erfgoed tot gevolg. Deze werken kwamen vooral de grote vastgoedpromotoren ten goede.


Kaart van de grote Brusselse werven
Bron: Achtergrondkaart Nationaal Geografisch Instituut (cartoweb.be)

De overwelving van de Zenne

Zicht op de Zenne dicht bij de Plattesteenstraat door Jean-Baptiste Van Moer (1874). Deze schilder maakte een aantal schilderijen om de herinnering te bewaren aan de huizen van het oude Brussel die afgebroken werden voor de overwelving van de rivier. (Museum van de Stad Brussel).

De toenemende industrialisatie van Brussel, de bevolkingstoename en de wil om de stad het imago te geven van een grote, moderne stad, leidden tot een beleid gericht op de sanering van de historische wijken en de aanpassing van de verbindingswegen.

De eerste van de grote symbolische bouwwerken die het gezicht van de hoofdstad moeten veranderen, is de overwelving van de Zenne tussen 1866 en 1871 onder burgemeester Jules Anspach.


Jules Anspach (1829-1879), Burgemeester van de gemeente Brussel. © Lithografie in het boek van Jules Garsou, publiek domein

De Zenne was stilaan veranderd in een open riool, wat door regelmatige overstromingen voor nog meer problemen zorgde. In 1865 liet burgemeester Jules Anspach een verfraaiings- en saneringsplan uitwerken voor Brussel met als een van de belangrijkste aspecten de overwelving van de rivier. Boven op de Zenne komt een grote boulevard die tussen het Noord- en het Zuidstation een nieuwe verkeersas vormt, omringd door prestigieuze gebouwen (waaronder de Handelsbeurs die in 1872 wordt ingehuldigd). Dit zorgde ook meteen voor een nieuw visueel perspectief.


De centrale lanen van Brussel na het overkappen van de Zenne. Bron: Achtergrondplan, UrbiS.

Deze enorme werken veranderen de stad op ingrijpende wijze: verschillende oude wijken verdwijnen, duizenden huizen en vele kleine industriële gebouwen in de buurt van de rivier worden afgebroken. Door deze werken wordt de opdeling van de stad versterkt, met in het oosten de meer welgestelde wijken, in het centrum de boulevards met winkels en andere prestigieuze gebouwen en in het westen de arbeiderswijken.

De werf van de overwelving van de Zenne ter hoogte van de Antwerpselaan.
Bron: Archieven van de Stad Brussel, C 11459
© Collectie gidsen Badeaux

Het stedenbouwkundig beleid van Leopold II

Bezorgd om het imago van de hoofdstad van zijn kleine koninkrijk, wilde Koning Leopold II een coherente en geplande stedenbouwkundige ontwikkeling van Brussel verzekeren. Hij gebruikte dus zijn institutioneel gewicht om door zijn ingenieur-wegenbouwer, Victor Besme, een nieuw plan voor Brussel te laten uitwerken. Dat voorzag de aanleg van een tweede ring van grote boulevards rond de Vijfhoek. Deze komen er uiteindelijk alleen in het oostelijk deel van de stad.

Algemeen plan voor de uitbreiding en verfraaiing van de Brusselse agglomeratie van Victor Besme, ingenieur-wegenbouwer
Bron: Archieven van de Stad Brussel, plannen van Brussel, n°96/8
© Collectie gidsen Badeaux

Dankzij de winsten gebaseerd op de exploitatie van Congo en zijn institutionele invloed kon Leopold II een zeer actief grondbeheer voeren dat hem toeliet verschillende parken aan te leggen (bijvoorbeeld de Koningstuin, het Park van Vorst). Hij liet ook het Paleis van Tervuren heropbouwen en de laan aanleggen als verbinding met het Jubelpark.

De Tervurenlaan in 1908. © Regie der Gebouwen/Ministerie van Openbare Werken.

De Tervurenlaan nu. © Roman Szuszkiewicz, CC BY-SA 3.0

De wereldtentoonstellingen

Kaart met de ligging van de verschillende wereldtentoonstellingen in Brussel.
Bron: Achtergrondplan Nationaal Geografisch Instituut (cartoweb.be)

Van 1888 tot 1958 was Brussel gastheer van wel vijf wereldtentoonstellingen die hun stempel drukten op het stedelijke landschap. Voor de eerste twee (1888, 1897) werd de site van het Jubelpark aangelegd, gevolgd door de Tervurenlaan; de derde (1910) leidde tot de verstedelijking van de Solbosch-wijk (waar na de Eerste Wereldoorlog de ULB zal komen); de twee laatste (1935 en 1958) leidden tot de verstedelijking van het noordwesten van de hoofdstad.

Sites en veranderingen gelinkt met de wereldtentoonstellingen in Brussel

Ook voor deze tentoonstellingen waren grote werkzaamheden nodig in de hoofdstad (zoals bijvoorbeeld de aanleg van de tunnels van de kleine ring en een viaduct voor expo 58) om de toegang ertoe te vergemakkelijken.

De bouw van het Leopold II viaduct ter hoogte van het Yserplein, met het oog op de wereldtentoonstelling van 1958. © Collectie gidsen Badeaux

De noord-zuidverbinding (1902-1952)

De werf voor de aanleg van de noord-zuidverbinding ter hoogte van de Zuidlaan. © Collectie gidsen Badeaux

De noord-zuidverbinding vormt de langstdurende bouwwerf in de geschiedenis van de stad (1902-1952). Via een viaduct en een tunnel verbindt ze met een lengte van 3,8 km de twee oude eindstations (Noord en Zuid) waarna een centraal station wordt gebouwd in het hart van de stad. De realisatie ervan verminkte een deel van het Oude Brussel door de afbraak van verschillende heel oude wijken. 17 hectaren zeer dicht woongebied worden afgebroken en duizenden bewoners moeten elders worden ondergebracht. Aangezien er geen enkel coherent reconstructieplan bestond, kwamen er op de verbinding immense boulevards zonder ziel, omzoomd met de typische kantoorgebouwen van de jaren 1950. Ondanks de vernielingen die dit veroorzaakte, werd de bouw van deze verbinding, die een hoofdas is geworden voor het Belgische spoorverkeer, voorgesteld als een technisch hoogstandje dat de kennis van de Belgische ingenieurs illustreert.


Het traject van de Noord-Zuid verbinding ten Oosten van de grote lanen versterkt de Noord-Zuid assen van de hoofdstad.
De stippen stellen de spoorwegtunnel voor.
Bron: Achtergrondplan Nationaal Geografisch instituut (cartoweb.be)

De bouw van de Europese wijk (1957)

De bouw van het Justus Lipsiusgebouw, waarvan de eerste steen in 1989 gelegd werd, en die vandaag de hoofdzetel is van de Raad van de Europese Unie in Brussel. © Fotografie Anny Haut-Paul Nemerlin – coll. CIVA, Brussels

De Leopold-wijk, in 1853 toegevoegd aan Brussel, telt lang vele herenhuizen van de Brusselse aristocratie. Na de Eerste Wereldoorlog worden verschillende ervan al vervangen door kantoren, maar het belangrijkste keerpunt heeft plaats vanaf de jaren 1950, als Brussel een van de voorlopige zetels van de Europese instellingen wordt (zie hierover Deel 1: Brussel, hoofdstad van…?). Een groot deel van de bewoners verlaat de Leopold-wijk die een wijk met kantoorgebouwen wordt. Deze vermenigvuldigen zich in de volgende decennia om te voldoen aan de behoeften van de verschillende Europese instellingen. De oude Leopoldwijk en de omgeving van het Schumanplein veranderen de laatste decennia diepgaand en vormen vandaag de wijk die we kennen als de “Europese Wijk”.

De huidige Europese Wijk ter hoogte van de Wetstraat. © Eyes-Screen/Brussels Studies Institute, 2019

Een suggestie, commentaar of opmerking over deze activiteit? Klik hier!

Modifié le: mardi 10 novembre 2020, 18:25