Brussel, tweede meest kosmopolitische stad ter wereld?

Activiteit 2:  Immigratie in Brussel vanaf de onafhankelijkheid van België tot de jaren 1960

Bij de onafhankelijkheid van België in 1830 telde Brussel ongeveer 115.000 inwoners, iets meer dus dan Gent (87.000) of Antwerpen (74.000). De vestiging op zijn grondgebied van de instellingen van de nieuwe staat België, de concentratie van nationale bourgeoisie, zijn ligging in het hart van het wegennetwerk (en even later van het spoornet) maar ook de groeiende aanwezigheid van industrieën zullen zorgen voor een snelle groei van de Brusselse bevolking.

Die groeit quasi ononderbroken tot vandaag, zoals je op deze grafiek kunt zien. Door op de « + » te klikken zul je de context van deze demografische evolutie beter begrijpen.  

Evolutie van het aantal inwoners van de Brusselse morfologische ruimte (en binnen de huidige grenzen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest)

Bron: VANDERMOTTEN, Christian, Bruxelles, une lecture de la ville. Bruxelles, 2015, p. 80.

De bijdrage van immigratie aan de demografische groei van Brussel

In de loop van de XIX-e en XX-e eeuw kent Brussel een economische groei en ontwikkelt het zijn industriële activiteit (voor meer informatie hierover verwijzen we naar deel 4), gevoed door de plattelandsvlucht. Dit brengt de komst mee van werknemers uit Vlaanderen en Wallonië, die zich vooral in de industriezone in het westen van de stad vestigen. Parrallel hiermee onthaalt Brussel in de XIX-e eeuw (gespecialiseerde) werknemers uit het buitenland, alsook talrijke vluchtelingen, voornamelijk uit Duitsland, Frankrijk en Polen. Bij de beroemdste politieke vluchtelingen kunnen we Victor Hugo en Karl Marx rekenen.

Zoals je in onderstaande tabel kunt zien, is het vanaf de jaren 1960 dat de immigratie op een significante manier gaat bijdragen aan de groei van de Brusselse bevolking.

Aandeel buitenlandse bewoners in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (1846-1970)

Cijfers van 1846 tot 1991: VAN DER HAEGEN H., JUCHTMANS G., KESTELOOT C; (1995) Multicultureel Brussel, Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Brussel. Vanaf 1992, cijfers van BelStat, online beschikbaar.

Opmerking bij de grafiek: men moet altijd voorzichtig zijn met de indicator "nationaliteit" want die geeft de migratiebewegingen niet precies aan. De immigranten die zich in België vestigen (en hun kinderen) kunnen immers onder bepaalde voorwaarden de Belgische nationaliteit verwerven. Bijgevolg weerspiegelt de nationaliteit slechts heel onvolkomen de diversiteit van een bevolking, in tegenstelling tot de geboorteplaats van de individuen of van hun (groot)ouders.

De immigratie na 1945

Na het einde van de tweede wereldoorlog is de Belgische staat vragende partij voor handarbeiders. Vooral voor de mijnexploitatie in Wallonië. Eerst werden er verschillende bilaterale akkoorden gesloten om arbeiders te onthalen uit Europese landen. Zoals je op de kaart zult zien, werd de eerste bilaterale conventie gesloten in 1946 met Italië. Andere overeenkomsten zullen de daaropvolgende jaren getekend worden met Spanje (1956) en vervolgens Griekenland (1957). Men zal het hebben over “gastarbeiders”.

De bilaterale akkoorden van België voor het onthaal van arbeiders uit het buitenland

De landen waarmee België bilaterale akkoorden gesloten heeft voor het onthaal van buitenlandse arbeiders. Cartografie: Koninklijke Belgische Vereniging voor Geografie

In het licht van de economische groei van de jaren 1960 sloot de Belgische staat nieuwe bilaterale akkoorden om laaggeschoolde buitenlandse werknemers aan te trekken: met Marokko en Turkije in 1964, vervolgens met Tunesië in 1969 en Algerije in 1970. Internationale organisaties van hun kant trokken een groeiend aantal kaderleden en hoge ambtenaren aan, hoogopgeleide buitenlandse werknemers dus, binnen de Europese instellingen (vanaf 1957) of de NAVO (vanaf 1966). Tegelijkertijd verscherpte de randverstedelijking zoals je zag in de eerste paragraaf: de middenklasse verlaat de stad om zich in de rand te vestigen.

Dit alles leidt tot een sterke diversificatie van de Brusselse bevolking. Tot de jaren 1960 bleef het aandeel buitenlandse inwoners op het grondgebied van het latere Brussels Hoofdstedelijk Gewest onder de 10 % (zoals je kan zien op onderstaande grafiek), zij het echter met grote verschillen tussen de wijken.

Vanaf 1967 verscherpt het vrij verkeer van werknemers in de schoot van de Europese Economische Unie, de mobiliteit van Europese onderdanen naar Brussel. Op dat ogenblik duikt een duidelijkere scheiding op tussen twee grote "categorieën" immigranten: zij die uit een lidstaat van de EEG komen (later de Europese Unie) en de anderen.

Alleen de Europeanen zullen genieten van een groeiend aantal maatregelen bedoeld om de gelijke behandeling met de Belgische onderdanen te bevorderen (zoals de geleidelijke verdwijning van de visa en werkvergunningen). De anderen, waarvan de rechten veel beperkter zijn, kunnen in drie subcategorieën ingedeeld worden:

1
Zij die over een verblijfsvergunning van onbepaalde duur beschikken,
2
Zij waarvan de verblijfsvergunning voorlopig is,
3
En de personen die over geen enkele verblijfsvergunning beschikken en die daarom buiten alle officiële statistieken vallen.

In de volgende tabel zul je een vereenvoudigde samenvatting vinden van de belangrijkste verschillen tussen de groepen waaruit de Brusselse bevolking is samengesteld.

De notie van “categorieën van burgers” die vandaag van toepassing is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest


Volgens de concentrische cirkels van het burgerschap in de Europese lidstaten: Rea A., « Les immigrés et la citoyenneté de l'Union européenne. Les effets de clôture du traité de Maastricht et le déplacement des discriminations », in Telo M. en Magnette P. (Eds), Repenser l'Europe, Brussel, Editions de l'Université de Bruxelles, 1996, pp. 85-101.

In de volgende oefening zul je enkele beschrijvingen vinden van concrete gevallen gebaseerd op onderstaande tabel. Duid aan of volgens jou de uitspraak juist of fout is.

Vreemdeling, politiek vluchteling, immigrant… hoog tijd nu om wat duiding te geven bij de betekenis van deze vaak gebruikte begrippen in dit deel, die je ook dagelijks in de actualiteit hoort. Zie hier enkele oriëntatiepunten om je te helpen:

Enkele verwijzingswoorden

Vreemdelingen

Volgens het Rijksregister dat de officiële statistieken van België publiceert, is een vreemdeling een persoon die de Belgische nationaliteit niet heeft. Dus personen met de dubbele nationaliteit (bijvoorbeeld Belgo-Marokkanen) worden in de Belgische statistieken niet beschouwd als vreemdeling.

In België mag een vreemdeling waarvan het verblijfsvisum in orde is (de burgers van EU-lidstaten zijn hiervan vrijgesteld) drie maanden als "toerist" op het grondgebied verblijven. Voorbij die termijn moet hij/zij zich inschrijven bij de administratie van de gemeente waar hij/zij verblijft. Vreemdelingen die minder dan drie maanden in België verblijven, zijn dus niet opgenomen in de nationale statistieken, net zomin als mensen zonder papieren en diplomaten.

Daarentegen worden de Europese ambtenaren wel meegerekend in de bevolkingscijfers van het Rijksregister.

Nationaliteit

Je hebt zopas gezien dat mensen met de dubbele nationaliteit niet beschouwd worden als "vreemdelingen" in het Rijksregister. Maar wat met bijvoorbeeld zij die de Nederlandse nationaliteit hadden en die verloren zijn toen ze Belg werden (Nederland weigert immers de dubbele nationaliteit)?

Hier maken de statistieken het onderscheid tussen de nationaliteit bij geboorte en de huidige nationaliteit. Onthoud dat we in dit deel steeds spreken over de huidige nationaliteit, behalve als we dat expliciet anders vermelden.

Personen van vreemde origine

We hebben eerder de uitdrukking "personen van vreemde origine" gebruikt. Het gaat hier om een concept dat geen rekening houdt met de verblijfsplaats of met het juridisch statuut van een persoon, maar met zijn/haar afkomst (voorouders). Soms noemen we dat "etniciteit". Het meetellen van deze mensen in de statistieken is voorwerp van veel debatten. Sommige landen beschouwen iemand van vreemde origine als op zijn minst één ouder of grootouder geboren is in het buitenland (of zelfs als deze persoon eenvoudigweg verklaart voorouders te hebben die in het buitenland geboren zijn). In België heeft de Staat officieel niet het recht om gegevens te verzamelen over de etnische afkomst van zijn bevolking. (net zomin als van zijn politieke opvattingen, zijn levensbeschouwing of zijn taalgebruik). Toch bevatten sommige officiële monitoren gegevens over de etnische origine, zoals de FOD Werkgelegenheid in zijn analyse van de arbeidsmarkt. Natuurlijk vormen etnische statistieken een politiek erg gevoelig onderwerp.

Noteer ook dat er andere statuten bestaan die hier niet opgenomen zijn, zoals dat van vluchteling (iemand die erkend wordt door een Staat die de Conventie van Genève geratificeerd heeft en die voldoet aan de criteria daar in vermeld om de bescherming van die staat te genieten) of nog het statuut van buitenlands student.

De nuances tussen de termen zijn dus erg belangrijk want ze geven heel wat aanwijzingen over het land van oorsprong, de familiale situatie, de sociale positie, de geboorteplaats etc.

Een suggestie, commentaar of opmerking over deze activiteit? Klik hier!

Modifié le: vendredi 22 janvier 2021, 10:31