Activiteit 7 : Mono-, bi- of multicultureel Brussel ?
Brussel, tweede meest kosmopolitische stad ter wereld?
Activiteit 7 : Brussel, tweede meest kosmopolitische stad ter wereld?
De verschillende migratiebewegingen die Brussel gekend heeft, en zijn statuut van zetel van talrijke internationale instellingen, hebben mee vorm gegeven aan het multiculturele gezicht van Brussel dat vandaag een van zijn opvallendste kenmerken is.
We kunnen eigenlijk twee opvallende culturele dynamieken onderscheiden in Brussel: een multiculturaliteit die de verschillende migratiegolven weerspiegelt, en een Nederlandstalige/Franstalige biculturaliteit omwille van de aanwezigheid van de twee grote linguïstische groepen in de hoofdstad.
Een voorbeeld van multiculturaliteit: Matonge
In Elsene weerspiegelt de Matongewijk (naam van een wijk in Kinshasa, Congo) het koloniaal verleden van België in Congo, Rwanda en Burundi.
Vanaf de jaren 1880 bouwen koloniale instellingen er hun zetel uit, zoals de archieven van Congo. Het wordt beschouwd als de Centraal-Afrikaanse wijk van Brussel. Bars en clubs zoals de Mambo ontwikkelen er zich in de jaren 1950 en trekken koloniale ambtenaren aan die de wijk regelmatig bezoeken, maar ook Congolezen die vanaf 1952 toestemming kregen om in België te studeren en die verbleven in het Afrikaans Huis. Na de onafhankelijkheid van Congo in 1960 ontwikkelen er zich talrijke handelszaken en begoede Congolezen kopen er modieuze luxeproducten bij hun passage in Brussel.
De wijk wordt ook een belangrijk centrum voor Centraal-Afrikaanse muziek, waarvan de uitstraling tot vandaag blijft doorschijnen. Kijk bijvoorbeeld naar deze clip, gemaakt door "Bruxelles ma belle" waarin de ster van Mali, Boubakar Traoré, een interpretatie geeft van Mondeou in een kapsalon in de Matongegalerij.
De economische en politieke instabiliteit in Congo, Rwanda en Burundi in de jaren 1980 heeft gezorgd voor een daling van het aantal rijke bezoekers. Verschillende luxewinkels maakten plaats voor meer bescheiden winkeltjes, zoals reisbureaus of kruideniers met Afrikaanse producten. Handelaars afkomstig uit andere landen zijn zich in de wijk komen vestigen: Haïtianen, Guineeërs, Kaapverdianen… en later in de jaren 1990 Pakistani, Libanezen, Rwandezen, Senegalezen, Kameroeners of Latijns-Amerikanen. Je komt er meer dan veertig nationaliteiten tegen.
Vind enkele iconische plaatsen in de Matongewijk terug met behulp van deze kaart:
De dekolonisatie van de publieke ruimte
Op 30 juni 2018 heeft de Stad Brussel het Patrice Lumumbaplein, aan de ingang van de Matongewijk, ingehuldigd.
In 1960 de eerste Eerste Minister van Congo en één van de belangrijkste wegbereiders van de onafhankelijkheid van het land, werd vermoord op 17 januari 1961. Een parlementaire onderzoekscommissie heeft later aangetoond dat België mee verantwoordelijk was voor deze moord.
Op 30 juni 1960 ondertekende Patrice Lumumba de Onafhankelijkheidsakte van Congo. Naast hem, de toenmalige Belgische Eerste minister, Gaston Eyskens © Congopresse foto (1960): Leopoldville, Publiek domein.
Patrice Lumumba wordt vandaag in de Democratische Republiek Congo beschouwd als een nationale held.
Een korte geschiedenis van de Belgische kolonisatie van Congo
De vestiging van de Belgen in het hart van het Afrikaans continent is in de eerste plaats het persoonlijk werk van Koning Leopold II (1835-1909). Na verschillende vruchteloze pogingen vooral in China, richt de tweede Belgische koning zijn pijlen op Centraal Afrika. Tijdens de Conferentie van Berlijn (1885) nemen de Europese mogendheden akte van het bestaan van een "onafhankelijke staat Congo", persoonlijk bezit van de Belgische vorst, maar waar hij nooit voet aan de grond zou zetten. Het gaat wel degelijk over een persoonlijk bezit want de Belgische politieke klasse had nauwelijks interesse voor een koloniaal project.
Vanaf de jaren 1894-95 zal Leopold II belangrijke inkomsten halen uit zijn kolonie (voornamelijk uit de non-ferro metalen, diamant, ivoor en vooral rubber) maar in plaats van die te investeren in lokale infrastructuur, zal hij ze gebruiken om België, en in het bijzonder Brussel te verfraaien via de bouw van luxueuze gebouwen.
Voor de Congolezen zal de kolonisatie synoniem staan voor complete uitbuiting. De omvang van de misbruiken ten aanzien van de lokale bevolking zullen zelfs de internationale publieke opinie beroeren. Vooral onder druk van Engeland zal Leopold II in 1908 uiteindelijk gedwongen worden Congo over te dragen aan België. Het wordt dan een Belgische kolonie die pas in 1960 onafhankelijk zal worden.
In Brussel zijn de sporen van de koloniale politiek van Leopold II zeer aanwezig in het stedelijke landschap. De koning die de bijnaam van « Koning-Bouwheer » zal krijgen, gebruikte inderdaad de winsten uit de exploitatie van de kolonie om in de hoofdstad een beleid van grote werken te voeren: de boog van de Cinquantenaire, het kasteel van Laken, het Justitiepaleis, het paleis van Tervuren… talrijke straten, pleinen en beelden herinneren vandaag nog aan deze duistere periode uit de geschiedenis.
De inauguratie van het ruiterstandbeeld van Leopold II in het centrum van Brussel in 1926. © Patriote Illustré — X, Léopold II. Les monuments de Bruxelles et de Léopoldville, Bruxelles, Vromant & C°, s.d., p.7 à 36., CC BY-SA 4.0
Sinds enkele jaren is de aanwezigheid in het stedelijke landschap van sporen van het koloniaal verleden zonder enige duiding of context, voorwerp van veel aanklachten, maar ook van vandalisme door militanten die het gebrek aan beleid inzake de dekolonisatie van de publieke ruimte aanklagen.
Er zijn talrijke debatten tussen zij die pleiten voor een behoud van de standbeelden en straatnamen op voorwaarde dat ze in hun context geplaatst worden (bijvoorbeeld door een bord met uitleg) en zij die vragen om de ruimtes om te dopen, een aantal standbeelden weg te halen en andere op te richten.
Bekijk op de kaart hieronder de straatnamen die verwijzen naar de kolonisatie, om zo de sporen van de kolonisatie in de Brusselse ruimte beter te begrijpen. Je zult opmerken hoezeer de toponiemen het standpunt van de kolonisator weergeven, en niet dat van de gekoloniseerde:
In Brussel, zoals in de rest van België en in de wereld in het algemeen, halen debatten over de plaats van het koloniaal verleden in de publieke ruimte, regelmatig de voorpagina’s.
De bijdrage van internationale migratie aan de diversificatie van de Brusselse culturen
Je hebt net gezien hoe de kolonisatie een sterke stempel gedrukt heeft op het grondgebied van het Brussels gewest. Dat geldt ook voor de internationale migratie, die het Brusselse landschap en de cultuur in Brussel getekend hebben.
In Brussel ontmoeten en vermengen talen en culturen zich en vormen zo een artistieke en culturele scène die erg gevarieerd is. Een voorbeeld van de culturele rijkdom zien we in de beroemde "Zinnekeparade", een soort Brussels tweejaarlijks carnaval. Ze werd gelanceerd als sociaal-cultureel project in 2000 en heeft de bedoeling de diversiteit en het inclusief karakter van de stad te benadrukken, door de bewoners van de achtergestelde wijken en de Brusselaars met een migratieachtergrond bij het project te betrekken. Bedacht als een "meertalig" en "intercultureel" project, heeft het evenement zichzich naar voor geschoven als promotor van de sociale samenhang, door bruggen te slaan tussen Brusselse bevolkingsgroepen en zo de integratie van de bewoners te bevorderen.
De term "zinneke" betekent in het Brussels dialect "bastaardhond" en verwijst ook naar een inwoner van cultureel diverse afkomst. Door die naam te kiezen hebben de organisatoren net die mix van bevolkingsgroepen van diverse culturele afkomst willen valoriseren.
De Zinnekeparade in 2010 op de Grote Markt van Brussel © David Edgar, CC BY-SA 3.0
Naar het beeld van de administratieve en institutionele gelaagdheid van Brussel, wordt de Zinnekeparade georganiseerd door twee vzw’s (verenigingen zonder winstoogmerk). De ene Franstalig, de andere Nederlandstalig. Ze delen hetzelfde maatschappelijke doel, dezelfde algemene vergadering en dezelfde leden van de raad van beheer. Er is maar één verschil: de voorzitter van de raad van beheer van de Franstalige vzw is vicevoorzitter van de Nederlandstalige raad van beheer en vice versa. De vindingrijkheid van de organisatoren stelt hen zo in staat om bij zowel de Vlaamse als de Franse Gemeenschap, subsidies aan te vragen voor hetzelfde evenement.
Neem een duik in de ambiance van de Zinnekeparade met deze video. Je zal zo wat bijleren over het evenement:
Biculturaliteit: Franstaligen en Nederlandstaligen in Brussel
Naast de Brusselse zogenaamd "exogene" multiculturaliteit (spiegel van de verschillende migratiegolven die de stad gekend heeft), zien we ook een "endogene biculturaliteit" door de aanwezigheid van twee grote taalgroepen in de hoofdstad: Franstaligen en Nederlandstaligen.
Zoals je al zag, is Brussel officieel tweetalig (Nederlands-Frans), zelfs al wordt er een veelheid van talen gesproken.
Op het ogenblik van de Belgische onafhankelijkheid sprak de meerderheid van de Brusselse bevolking een Vlaams dialect of Nederlands (60,3% volgens de talentelling van 1846). De daaropvolgende decennia ging de groei van de stad gepaard met een progressieve verfransing van zijn bevolking. Het Frans bood inderdaad een aantal voordelen. Het was niet alleen de taal van de elite en van de internationale diplomatie maar ook, in de nieuwe Staat, van de centrale administratie en van de nationale overheden die in Brussel gevestigd waren. Het Frans genoot dus een reëel sociaal-cultureel aanzien en vergemakkelijkte de toegang tot de arbeidsmarkt, waar het gebruik van het Frans essentieel was voor jobs met een hoge sociaaleconomische status. Tot slot mag je niet vergeten dat het Frans lange tijd de belangrijkste zo niet enige taal was in het hoger onderwijs.
De volgende grafiek illustreert de evolutie van het taalgebruik in Brussel, gebaseerd op de volkstellingen die tot 1947 een taalluik bevatten. Dit werd nadien geschrapt, waardoor we vandaag niet langer directe informatie hebben op basis van verklaringen van alle inwoners van het gewest. Noteer wel dat de gegevens over taal uit de volkstellingen met grote voorzichtigheid gehanteerd moeten worden, want ze worden vanuit methodologisch standpunt sterk aangevochten.

Bron: BRIO (VUB), berekeningen op basis van de 'Officiële uitslagen van de talentellingen, Bibliotheek Queteletfonds'
Zelfs als we de data van de volkstellingen met de nodige voorzichtigheid bekijken, tonen ze een algemene tendens sinds 1846: een spectaculaire daling van het aandeel Brusselaars dat alleen Nederlands kent en een stijging van zij die enkel Frans kennen of verklaren dat ze tweetalig (frans/nederlands) zijn. Zo geeft de volkstelling van 1947 voor het grondgebied van de toekomstige 19 gemeenten van het Gewest aan dat 45,1 % van de bevolking tweetalig is (Frans- én Nederlandssprekend), 38% eentalig Frans en 9,4 % eentalig Nederlands.
In 2018 schatten we dat 87,1 % van de Brusselaars Frans spreken en 16,3 % Nederlands. Vandaag is de inzet van tweetaligheid niet dezelfde voor de Nederlandstaligen en Franstaligen. In hun studie over de taalrellen in België, definieerden Els Witte en Harry Van Velthoven het Frans in Brussel als "dominante taal", dat wil zeggen de taal die vooral gesproken werd en – destijds - toegang gaf tot een hogere maatschappelijke positie en meer maatschappelijk aanzien. Het Nederlands daarentegen was de zogenaamd "minderwaardige" taal omdat ze minder gebruikt werd in de stad.
Ook nu nog ervaren Franstaligen in Brussel minder het belang om Nederlands te beheersen, zelfs al is het leren van de tweede landstaal een verplichting in de meeste Brusselse scholen. Omgekeerd hebben de Nederlandstaligen in Brussel al lang vastgesteld dat het beheersen van het Frans een nuttige springplank is voor hun professionele en sociale loopbaan. De statistieken tonen aan dat zij meer inspanningen leveren voor een goede beheersing van de tweede landstaal.
Als de kennis van het Frans historisch een vorm van sociaal prestige inhield, zien we in Brussel vandaag een omgekeerde tendens: voor veel Franstaligen wordt de kennis van het Nederlands vandaag beschouwd als een nieuwe vorm van sociaal prestige. We zullen elders trouwens opmerken dat in Brussel de kwaliteit van het Nederlandstalig onderwijs soms als beter ervaren wordt dan die van de Franstalige tegenhanger, wat een aantal Franstaligen ertoe aanzet hun kinderen naar het Nederlandstalig onderwijs te sturen.
De twee talen hebben dus een verschillende én evoluerende maatschappelijke status. In die context is cultuur van strategisch belang, want het is door cultuur (en onderwijs) dat een taal beter verspreid kan worden en zijn zichtbaarheid en vitaliteit gegarandeerd worden.
De instellingen van de Franse en Vlaamse Gemeenschap bevorderen dus elk het oprichten en ontwikkelen van talrijke nabijheidsdiensten in hun taal, zoals bibliotheken, culturele centra of theaters. Dit draagt bij tot het Franstalig én Nederlandstalig cultuurbeleid, die beide zoeken naar meer verankering in bepaalde stedelijke ruimtes in Brussel (daarover meer in deel 6). Desondanks blijven er in de hoofdstad nog enkele belangrijke tweetalige cultuurinstellingen (Bozar, Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis…).
Het taalgebruik in Brussel is zo nauw verbonden met de organisatie van het Gewest en met het machtsevenwicht tussen de twee taalgemeenschappen.
Een suggestie, commentaar of opmerking over deze activiteit? Klik hier!



