Activiteit 9: Besluit
Brussel, tweede meest kosmopolitische stad ter wereld?
Activiteit 9: Besluit
Wat moet je onthouden van dit deel?
Sinds de onafhankelijkheid van België in 1830 heeft de bevolking van Brussel een sterke groei gekend. Eerst was die gelinkt aan interne migratiestromen (plattelandsvlucht vanuit Vlaanderen en Wallonië richting de industrieën van een hoofdstad in snelle ontwikkeling). Daarna hebben externe migraties de samenstelling van de Brusselse bevolking grondig gewijzigd, vooral sinds de Tweede Wereldoorlog. De groeiende vraag naar laaggeschoolde en goedkope werkkrachten heeft België ertoe aangezet een aantal bilaterale akkoorden te sluiten om werknemers aan te trekken uit Italië, Spanje en Griekenland en later uit Marokko, Turkije, Tunesië en Algerije. Die migranten hebben zich voornamelijk geïnstalleerd in de historische volkswijken van Brussel, in het centrum en het westen (langs het kanaal) van het stadsgewest.
Het onthaal in Brussel van een groeiend aantal Europese en Internationale instellingen vanaf het midden van de XX-e eeuw heeft er verder toe bijgedragen dat Brussel talrijke, dit keer hooggeschoolde, buitenlandse werknemers aantrok. Die hebben zich vooral gevestigd in de residentiële zones in het zuiden en oosten van het stadsgewest.
Je hebt gezien dat buitenlandse bewoners in Brussel niet dezelfde rechten genieten naargelang hun nationaliteit. Onderdanen van een lidstaat van de Europese Unie genieten van een uitgebreider burgerschap dan die van een derde land, vooral wat het stemrecht betreft en de mogelijkheid om zich kandidaat te stellen voor verkiezingen.
De komst van nieuwe immigranten sinds de jaren 1950 ging gepaard met het opduiken van discriminatie en politiek, institutioneel en sociaal racisme die toenamen toen België getroffen werd door de economische crisis van de jaren 1970. De discriminatie die immigranten van buitenlandse origine moesten ondergaan vormt ook vandaag nog een drempel voor de toegang tot huisvesting of werk. Je hebt gezien dat het Brussels onderwijssysteem wat dat betreft ook geen sociale lift betekent voor kansarmen.
In de jaren 1990 neemt de diversiteit aan Brusselse inwoners nog toe met de komst van bevolkingsgroepen uit de voormalige Sovjetunie, uit nieuwe lidstaten van de Europese Unie en een groeiend aantal asielzoekers. De in Brussel aanwezige nationaliteiten zijn dan ook extreem gevarieerd.
Parallel hiermee verlaat de middenklasse sinds de jaren 1960 meer en meer de stad om zich in de rand te vestigen. Dit verschijnsel heet randverstedelijking en wordt verklaard door de hoge vastgoedprijzen in het stadscentrum, door een zoektocht naar groene ruimtes, door overheidssteun voor het verwerven van eigendom of voor woon-werk verkeer, of nog door een negatief imago van de stad. Dit alles zorgt voor een verhoging van het aandeel buitenlandse inwoners in Brussel en, in het verlengde daarvan, voor een verjonging van de Brusselse bevolking.
De diversiteit van de Brusselse bevolking kreeg ook een vertaling op het politieke toneel. Wanneer personen van buitenlandse afkomst de Belgische nationaliteit verwierven, kregen ze meteen ook stemrecht. Bovendien kregen ook Europese inwoners en later niet-Europese inwoners stemrecht (soms onder bepaalde voorwaarden). De Brusselse politieke scene is dus ook diverser geworden, met het verschijnen van een toenemend aantal kandidaten van buitenlandse origine die een aantal wetgevende én uitvoerende mandaten binnenhaalden.
Je merkt het: de migratie naar Brussel kent erg verschillende bronnen en de migranten zelf erg verschillende profielen. Op hun manier dragen zij bij tot de ruimtelijke dualisering van de stad. Sommige wijken vertonen zo een zeer sterke multiculturaliteit, zoals de Matongewijk in Elsene, een Afrikaanse wijk ontwikkeld op de sporen van het Belgische koloniale verleden. Je hebt anderzijds ook gezien dat de overblijfselen van de kolonisatie nog altijd sterk aanwezig zijn in Brussel en dat het debat over de dekolonisatie van de publieke ruimte levendig is. Sommige activiteiten, zoals de Zinnekeparade, onderstrepen de culturele bijdrage van dat formidabele brouwsel van bevolkingsgroepen.
Die migratiestromen hebben dus een sterke diversiteit van de Brusselse bevolking met zich meegebracht: in 2015 had bijna 60% van de Brusselaars niet de Belgische nationaliteit bij de geboorte. Die evolutie heeft ook repercussies voor het taalgebruik. De laatste jaren vormen de Brusselaars die opgroeiden in een eentalig Frans of Nederlands gezin slechts 40 tot 60% van de bevolking van de stad. De taaldiversiteit is vooral frappant als we de gegevens analyseren over het taalgebruik in verschillende situaties (thuis, op het werk, met vrienden, als men boodschappen doet…). Het is tot slot interessant te onderlijnen dat de Taalbarometer 2018 aangeeft dat bijna ¾ van de Brusselaars van oordeel is dat tweetaligheid of meertaligheid vandaag een belangrijke eigenschap uitmaakt van hun gewest!
Een suggestie, commentaar of opmerking over deze activiteit? Klik hier!


